ONDERWIJS

 

 

DE PEDAGOGISCHE MEERWAARDE VAN “ART AT SCHOOL”

 

REFLEXIEVE ITALIAANS-VLAAMSE KUNST ATTITUDES.

Sinds het bekende werk van Schön1 is het vandaag algemeen aanvaard dat competenties niet enkel meer gaan over kennis, vaardigheden en attitudes, maar vooral ook over reflectie. In de geglobaliseerde en steeds meer diverse wereld zullen mensen moeten functioneren in meer complexe en dus onvoorspelbare contexten. Creativiteit, innovatie en omgaan met onvoorspelbaarheid en diversiteit worden daarom belangrijker.

Net daarom moet handelen samengaan met reflectie op dat handelen. Het gaat daarbij om reflectie voor het handelen “wat zal ik doen?”, reflectie tijdens het handelen wat doe ik? en reflectie over het handelen “wat heb ik gedaan?” Steeds meer wordt dit echter ook aangevuld met een vierde dimensie. De eerste drie, gaan immers over de vraag “doe ik de dingen wel goed”? Dat dient aangevuldmet een eerder maatschappelijke vraag: “doe ik wel de juiste dingen”?2.

Voorwaarde om die reflectie te ontwikkelen is de vaardigheid om zekerheden in vraag te kunnen stellen, om open te staan voor nieuwe inzichten, om uiteindelijk “out of the box” te leren denken. Dat is wellicht een van de moeilijkste, maar ook een van de meer belangrijke vaardigheden. Het vraagt immers om meta-denken, of denken over het denken3. Opvoeding tot democratisch burgerschap wordt terecht vanuit Europa als een sleutelopdracht voor het onderwijs naar voor geschoven. Er heerst echter nogal wat verwarring over wat dit betekent.

Een toonaangevende hedendaagse denker en wetenschappelijk pedagogisch auteur hierover is Gert Biesta4, die zich op zijn beurt sterk inspireert op het denken over onderwijs en sociale gelijkheid van Jacques Rancière. Vanuit zijn onderzoek naar democratische processen bij kinderen en jongeren in uiteenlopende onderwijs- en andere contexten (met in begrip van het beroepsonderwijs), toont hij aan dat je democratie niet kan aanleren, maar dat democratisch burgerschap op school wel kan ontwikkelen door ze als praktijk te beleven. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is het creëren van contexten waarin democratische praktijken kunnen ontstaan. Meer concreet, zo betoogt Biesta, gaat het om momenten waarin de bestaande orde even opgeheven wordt, zodat er aanleiding is tot twijfel en reflectie over die bestaande orde.

Democratische gebeurtenissen zijn gebeurtenissen waarin, gebruik makend van dit tijdelijke hiaat, individuele behoeften evolueren tot collectieve verwachtingen. Opvoeden tot democratisch burgerschap is dus in essentie niet het aanleren van wat democratie is, noch het bijbrengen van bepaalde vaardigheden als voorwaarden tot maatschappelijke participatie. Het is in tegendeel het gebruik maken van het potentieel dat bij leerlingen al aanwezig is, het triggeren van onvermoede talenten, door momenten van participatie te creëren. Het tijdelijk (of ruimtelijk) even opheffen van elementen van de bestaande ordeningen is daarbij bijzonder behulpzaam.

 

Eindnota’s

  • 1 Schön, D. (1983). The reflective practitioner. How professionals think in action. London: Temple Smith.
  • 2 Vandenbroeck, M.; Cousée, F.; Bradt, L. & Roose, R. (2011). Diversity in Early Childhood Education: a Matter of Social Pedagogical Embarrassment. In: Cameron, C. & Moss, P. (eds.). Social Pedagogy and Working with Children. Engaging with Children in Care. London: Jessica Kingsley Publishers.
  • 3 Bruner, J. (1996). The culture of education. London: Harvard University Press.
  • 4 Biesta, G. (2011). Learning democracy in school and society. Education, lifelong learning and the politics of citizenship. Rotterdam: Sense Publishers.