LEERLINGEN

 

Aan de kanalen van de stad Brugge, het Venetië van het noorden, ontpopte zich het alternatief voor de avant-garde kunsten voor hedendaagse samenleving. Op zes september 2019 opende The Bruges Art Insitute voor het grote publiek en werd meteen de toon gelegd voor alles dat zou volgen.

Het oud herenhuis evolueert van woonst naar een plek van vernieuwing waar de verhouding tussen Meester en leerling in de kunsten ruimte krijgt om te groeien. Dit parcours zal beginnen vanuit het begrijpen onze eigen traditie, om zo heden en toekomst vorm te geven. De vaardigheden van een waar ambachtsman zijn hier het startpunt.

Aan The Bruges Art Insitute (BAI_) worden disciplines van ambacht en kunsten over tijd heen aangescherpt. Deze veilige plek staat in voor zowel fysieke als mentale ruimte en verrijkt zich met alle facetten uit onze samenleving. De traditie van de BAUHAUS, waarbij we mikken op het maken van een totaal kunstwerk, staat hierin centraal. Dat wil zeggen dat de kunstenaarsstudio de school is waar onder meer workshops, residenties, tentoonstellingen, presentaties en andere initiatieven plaatsvinden. The Bruges Art Institute is een broeiplek waar zowel beeldende als audio-visuele kunsten, muziek; theater en dansperformances samenkomen waarbij deze kruisbestuiving automatisch ook een ontmoetingsplek wordt voor iedereen, ongeacht hun leeftijd of oorsprong.

Het intituut weet zich te onderscheiden van de wereld, die steeds sneller achter zichzelf aanholt, door simpelweg te vertragen. The Bruges Art Institute zal zich uiten als experimentele locatie naast de gevestigde galeries, musea, academies en kunstscholen. Het is een plek waar trage kunst en tentoonstelling vorm krijgen en de open, ongecompliceerde atmosfeer het alternatief biedt voor kunstcentra met een stimulerende rol voor hedendaagse kunst.

Voor The Bruges Art Institute is de studio het kloppend hart, waar naast de overgave van artistieke vaardigheden ook kwalitatieve kunst vorm krijgt.

The Bruges Art Institute zorgt voor een synergie tussen culturen van Piemonte en Vlaanderen, tussen diverse disciplines binnen en buiten de kunsten, voor collaboraties tussen kunstenaars en het starten van eigen organisaties met de nadruk op durf. The Bruges Art Insitute mikt op de generatie van jonge kunstenaars, die naast hun passie voor schoonheid en vernieuwing, volop in bloei zijn. Het is reeds een plek voor iedereen waar bezoekers of passanten op een vrije manier een glimps kunnen opvangen van de toekomstige cultuur.

 

ROEL VANDERMEEREN

Tentoonstellingen

2021
• ROW, ROW, ROW, CC De Kimpel, Bilzen
• Een Gouden Lente, Jenevermuseum, Hasselt

2020
• Sea Dweller: STOP WATCH, Pré-Triënnale Brugge, Brugge (solo)
• Time Will Tell, Ursulakapel, Tongeren

2019
• Interlinked, GYM, Hasselt (solo)
• Mirror on the Wall, De Bottelarij, Wellen
• De terugkeer van Dionysos, Cultuurcentrum De Velinx, Tongeren
• 360° KUNST, Wilford X, Temse
• Without the first, the second will not be there, CCHA/Cultuurcentrum Hasselt, Hasselt
• Time Will Tell, Ursulakapel, Tongeren

2018
• ESCapisme, Cultuurcentrum De Velinx, Tongeren

Studies

• The Bruges Art Institute, Brugge, 2019 – heden
• Master Schilderkunst, Vrije Kunsten, PXL-MAD School of Arts Hasselt, 2019

Stage

• Ida Ekblad – Matias Faldbakken – Schloss, Oslo, 2018
• Jenny Brosinski, Berlijn – Leipzig, 2018

 

Sea Dweller: STOP WATCH, Pré-Triënnale Brugge, Brugge (solo)

 

Icarus-x (serie) – olieverf op papier, 2020

 

Door de verhuis van Roel Vandermeeren naar The Bruges Art Institute kwam hij, in de voor hem onbekende omgeving van West-Vlaanderen terecht. De nieuwe stad Brugge werd ontdekt door er in rond te dwalen maar aan de hand van de pieken, die boven de rest van bebouwing uitstaken, kon Vandermeeren zich perfect oriënteren. Deze monumentale architectuur, bestaande uit torens en spitsen van kerken, wekte de interesse om ook het interieur te ontdekken. Elk van deze aanwezige elementen dragen een stuk geschiedenis, waarbij dus elke gelegde steen, elk detail van houtsnijwerk en elke beschildering uiterst zorgvuldig was afgewerkt. De kunstenaar kwam tot de realisatie dat men voordien, eerst en vooral de tijd nam voor creatie en afwerking, maar daarnaast ook samenwerking nodig was om bergen te verzetten. Daarmee bedoel Vandermeeren dat er een samenwerking tussen verscheidene disciplines nodig was, maar ook over een tijdperiode van bijvoorbeeld tachtig jaren en dus diverse generaties aan het werk waren. Een verschijnsel dat in contrast staat met de snelle architectuuren vaak minder esthetische samenleving van nu.

In het voorjaar van 2020 ontwikkelde Roel Vandermeeren zijn interesse voor één specifiek element uit het kerkinterieur. Het zorgvuldig afgewerkt houtsnijwerk dat centraal in de kerk gepositioneerd staat, genaamd preekstoel, eiste Vandermeeren’s aandacht op. Van hieruit predikte de priester tot het volk. Boven het platform van waar de prediker spreekt is een ruim gedecoreerd houten paneel bevestigd, genaamd het klankbord, dat er voor moet zorgen dat de stem van de spreker in de richting van het volk de ruimte in kaatst.

Door observaties, via het maken van schetsen van deze objecten, werden de eerste associaties gemaakt. Zo was er bijvoorbeeld extra aandacht voor de duif, die verwerkt zit in de houten klankborden. In tijden van Christenen stond de duif voor de heilige geest, waardoor de spreker onder het klankbord het woord van God kreeg ingefluisterd. De kunstenaar kent daarentegen de duif als tortelduif of als het symbool van de vrijheid. Hiernaast benoemde Vandermeeren de collage met de titel Icarus-x, waarbij de duif geconnoteerd wordt met het verhaal uit de Griekse Oudheid. Door dit exacte spel creëert de kunstenaar een zekere openheid die zowel zit geënt op hedendaagse, als verouderde tot zelfs uitgestorven culturen. Daarnaast ontstaat er ook een visueel abstracte ruimte in de collage, bestaande uit de ordening en herhaling van de vereenvoudigde lijntekeningen en kleurvlakken die zijn opgedeeld in zones of fasen. In dit veld trotseert de vogel, of het personage, zijn omgeving en probeert hij een weg te banen naar de toekomst.

 

 

WUNDERKAMMER

 

 

 

HAWICK HENNEMAN

Aeneas Hawick Brinker Henneman (1997, Amsterdam) is een nog jonge kunstenaar, opzoek naar het ruimtelijk en constructief beantwoorden van diverse zelfverzonnen moeilijkheden. Het werk hanteert technische methodieken gefocust op documentatie, om een realiteit te behouden. Kijkend naar het huidige kunst milieu en zijn “vanzelfsprekendheden” bereidt hij zich voor op een gecoördineerde aanval op dit klimaat, hier in The Bruges Art_Institute, onder leiding van Meester-Beeldhouwer Jan de Cock. De drang heerst om op rigide wijze een gesprek met de omgeving aan te gaan. Het respecteren en aanduiden van omringende aspecten van het gemaakte beeld. Controle nemen over het landschap waar het opzettelijke landschap in rust.

De context-oorlog

een aspect van de visie van een jonge kunstenaar in ontwikkeling

 

“I want to speak about some aspects of painting and the procedures that painters use. I’ll begin with explaining the first procedure used by painters, which is representation. When you consider just the bases, it consists of an image within a confined space, the space usually being separated from the wall-plane by a frame. The frame is there for good reason; to focus the eye into the picture and to separate the illusion from the wall-plane. Representation is illusion, a picture, an image of things that we know, and since we know the image, it always tells a story. And the aesthetic is an inward aesthetic, it is as if the picture had its own little world and you look into it, and the frame helps in that prospect.

(…..)

I prefer to call the third procedure realism because the aesthetic is real.
This third procedure, realism, has a different approach than representation. With realism there is no picture, there is no narrative, there is no myth and there is no illusion above all. So lines are real and the space is real, the surface is real and since it is an outward aesthetic, instead of an inward aesthetic, there is an interaction between the painting and the wall-plane unlike with abstraction and representation.”

(Robert Ryman: On Painting, 1993)

 

De eerste heldere analyses die ik kon maken wat betreft mijn behoeftes binnen de beeldende kunst begonnen bij het realiseren van de ontkenning van isolatie en de acceptatie van de onvermijdelijkheid en het belang van omgeving. Een stuk gedachtegoed dat gepaard gaat met het idee dat we in onze maatschappij de dingen fijn rangschikken en we steeds afzonderlijker leren observeren.
Het leven in een technologische tijd waar kunst in digitale documentatie-vorm de overhand heeft.
Met een klik op de knop is alles op the world wide web (te) gemakkelijk beschikbaar.

Waar liggen de perceptuele grenzen van een werk?
Kan een werk worden onderscheiden van zijn context?
Wat is de rechtvaardigste presentatie-vorm voor een werk?

Foto’s van het werk Lever (1966) van Carl Andre in de National Gallery of Canada, Ottawa bijvoorbeeld.
Ik observeer logischerwijs niet alleen het sculptuur maar onontkoombaar en esthetisch net zo aanwezig
de wand, vloer, plafond, publieke omgeving of natuurlandschap wat het werk omgeeft.
Zonder het gezelschap van de omgeving zal de waarneming van Andre’s werk totaal worden verstoord.
Precies dit is wat mij bezig houdt; de sterke invloed die presentatie heeft op de interpretatie van een kunstwerk. De omgeving als gezaghebber, als een constant actieve aanvulling op het werk.

De samenwerking tussen onderwerp en omgeving op figuratieve schilderwijze blijft grotendeels binnen het doek of de wand. Zoals in Breugel’s de Bekering Van Saulus (1567), waar de titel refereert naar een gebeurtenis die op het schilderij relatief klein wordt afgebeeld, terwijl de situatie eromheen ruim en gedetailleerd is afgespiegeld. Of fresco’s die religieuze verhalen weergeven in het binnenste van het geloof; de kathedraal of kerk. Hedendaags lijkt sculpturaal creëren met een moderne, architectonische vormentaal een geslaagde aanpak voor het ontwikkelen van werk dat de nadruk legt op zijn tentoonstellingsruimtes. We kunnen het huis van kunst ontkennen of het proberen te manipuleren om nieuwe mogelijkheden binnen dit kader te vinden.

“Vanzelfsprekendheden” of cultureel inbegrepen elementen zoals de geometrie van het kadreren,
het lijstwerk, de sokkel of spierwitte ruimte kunnen gezien worden als componenten met een valse laag.
Een laag die zich samenvoegt met een kunstwerk en de geloofwaardigheid van een beeldhouwwerk of schilderij misschien wel kunstmatig versterkt. Ik ervaar een groeiende urgentie om deze elementen agressief bloot te stellen; het ontmantelen en zelf bewerken zodat niks meer als vanzelfsprekend wordt beschouwd en elk aspect grondig wordt nagelopen.

Traditie en geschiedenis hebben deze elementen groot gebracht en voorzien van status en overtuigingskracht. De gedachtegang dat tentoonstellingscultuur gangbaar weinig vrijheid kent maar daardoor ook een goed fundament blijft voor het ontstaan van nieuwe vrijheden, is net zo dubbelzinnig als interessant.

Daarnaast is controle een belangrijk onderdeel binnen mijn werkgewoontes. Het creëren van werelden waarin kan worden gecreëerd, beslissen in welk landschap het opzettelijke landschap rust. Verifiëren of de nabijheid van een creatie voldoet of moet worden aangepast. Verwijderen, aanpassen of herbouwen. Examineren of het gesprek tussen de twee gebieden zuiver verloopt of misschien juist extreem vloekt.
Dit idee is geboren uit de angst iets te creëren in een klimaat dat op verschillende vlakken niet meer binnen mijn macht valt. Doelgerichte studies naar het maken van lichamen waarin nieuwe lichamen kunnen ontstaan. Dat is bovenal de reden dat het atelier de beste plek is om het werk van de kunstenaar te aanschouwen, al helemaal als de kunstenaar zijn eigen wereld zou vormen met daarin een eigen continent, met daarin een land, waarin, in eigen hoofdstad het atelier ligt.
Toch zal uiteindelijk de capabiliteit en wensen van de kunstenaar de schaal van het werk vaststellen.

 

Studies

• Rietveld Academie Amsterdam, 2016-2017

• Design Academy Eindhoven , 2017-2019